Vlag verscheurd, linde afgezaagd – “Groot spel” in Knesselare

Op De Plaats staat een grote, groene linde.  Ze werd er geplant kort na de Eerste Wereldoorlog. De linde werd voorwerp van een hevig incident tussen Vlaamsgezinden binnen Strijdbroeders en Jonge Wacht, en enkele patriottische Oud-Strijders. Het kwam zelfs tot een proces en nadien tot een zaak voor het Hof van Beroep in Gent. Maar de beschuldigden (De Rycke, Strobbe en Buyse) werden vrijgesproken.

Na de eerste wereldbrand (1918) hervat stilaan het gewone leven. De Katholieke Vlaamse Strijdbroeders vragen aan het gemeentebestuur om op De Plaats een monument en een huldeboom op te richten voor de gesneuvelden. Ze doen hiervoor in 1919 een omhaling in de gemeente.  Het resultaat is niet slecht: 3.000 fr. (equivalent koopkracht vandaag: ca 5.500 euro) . Er wordt een groene linde geplant. Het monument voor de gesneuvelden (voorgevel kerk) komt er enige tijd later.  Op de foto links de heel jonge vrijheidsboom (‘t is nog maar een ‘scheutje’) in de vroege jaren 1920.

Incident met Jonge Wacht

De verhouding tussen de oud-strijders en de Vlaamsgezinde Strijdbroeders is goed. Nogal wat Knesselaarse mannen zijn lid van beide organisaties. Maar er zijn uitzonderingen.

De Jonge Wachters met hun witte pet op één van hun vele uitstappen. Onderpastoor De Sutter (staande, 3de van links), is altijd van de partij

In 1929 doet er zich een vreemd incident voor met de Vlaamsgezinde Katholieke Vlaamse Jonge Wacht (meer info over die toen populaire jongerengroep, ook wel eens “de jongskes van de Strijdbroeders genoemd, zie onderaan).. Bij de viering van het honderdjarig bestaan van de Gilde van het Heilig Sacrament is heel de gemeente versierd. De EERSTE leeuwenvlag van de Jonge Wacht, een geschenk van eerste proost onderpastoor Van den Brande, hangt “midden in de versiering der Kerkstraat” vrolijk mee te wapperen. En dan wordt het nacht. Onbekenden doorkerven (met krulder of met pijlen, daarover bestaan verschillende versies). “’s Nachts werd ze laffelijk aan flarden gescheurd, waarschijnlijk omdat ’t een leeuwenvlag was”, noteert Maurits Hooft in het verslagboek van de Jonge Wacht, een op dat moment populaire jongerenvereniging, Vlaamsgezind, katholiek, sportief, want ze omvat ook een turnvereniging en twee voetbalploegen.

We citeren uit het Verslagboek van de Jonge Wacht (verslag vergadering in de Patronage, 4/9/1929): “Onze vlag werd in den nacht van zaterdag op zondag (Feest van het jubileum van ’t Gilde) gescheurd door onbekende lafaards, die tot dan niet bekend waren.”

De nieuwe vlag van de Jonge Wachters in de art-deco stijl van de jaren 1920-1930

Niet getreurd. Er wordt in heel de gemeente een omhaling gedaan. Die brengt 1.600 frank op (=  geschatte waarde vandaag ca 1500 euro). Men koopt een nieuwe vlag en plant – als duidelijke reactie – een groot vlaggenfeest op 17 mei 1930, met een stoet en een groot feest in de patronage.

Vrijheidsboom afgezaagd

De nacht voor het vlaggenfeest gebeurt er echter iets vreemds: de kruin van de vrijheidsboom op De Plaats blijkt  te zijn afgezaagd. Onbekenden maken de lindeboom op De Plaats een kopje kleiner. Een vloek in de parochie.

Verbazing en verontwaardiging in Knesselare. Leden van de Jonge Wacht en van de Strijdbroeders worden beschuldigd. Iemand beweert ze ’s nachts aan het werk te hebben gezien.  Er komt een onderzoek en drie verdachten worden verhoord: Jules Strobbe en Robert Buyse en Eli De Rycke.

Hadden de Strijdbroeders en de Jonge Wacht redenen om dat te doen? Niet meteen, veel oudstrijders waren ook lid van de Strijdbroeders. En Vlaamsgezind. Maurits Hooft in zijn verslagboek spreekt dan ook van “een spijtige gebeurtenis in den nacht het feest voorafgaande, waarvan drie leden  van de Jonge Wacht valschelijk beschuldigd werden.”

Proces

Maar het baat niet. De drie worden verhoord door de rijkswachters (Richard Van Ryckeghem was er een van). Het komt tot een  ‘proces tegen ‘onbekenden’ en tot huiszoekingen bij sommige Knesselaarse betrokkenen. Strobbe, Buyse en De Rycke moeten verschijnen voor de rechtbank van Gent en worden veroordeeld. De sfeer in Knesselare wordt er niet beter op.

Maar het tij kan keren… Er wordt beroep aangetekend en in een uitspraak van januari 1932 is het Hof van Beroep in Gent duidelijk: “Ik meen dat het vonnis van den eerste rechter wat haastig is geveld. We staan hier voor twee verklaringen: die van (een zekere) Lootens aan de ene kant en die van Van Hooreweghe en Cornelis aan de andere kant.”  Twee  mannen die op De Plaats woonden.

De Strijdbroeders reageren nu opgelucht, maar ook woest. Meester Segers is in zijn verslagboek van de Strijdbroeders ongenadig: “Onze vijanden stonden ons naar het leven, drie onzer leden … werden veroordeeld voor het afzagen van de vrijheidsboom, door het fameus Gentsche rot gerecht; tegen dit vonnis werd beroep aangetekend en gelukkig werden de beschuldigden met klank vrijgesproken in ’t begin van 1932. Dit was een echte vreugdedag.”

Segers over het goede nieuws op 16 januari 1932 noteert: “9.30 uur telefoon van (Maurits) Hooft. Vrijgesproken! Prachtige uitslag! De schandvlek  die op de betichten woog, is weg! ’t Is lijk een kaatsbal welke die mannen uit het slijk hadden opgeraapt, naar ons toewierpen, maar die in hun eigen aangezicht is teruggebonsd… en er een merkteeken heeft op ingeprent dat zelfs den tijd er niet zal uit wisschen want boom en nageslacht zullen altijd die  geschiedenis onthouden.  Ik voeg erbij : ” ’t  Is alleen door den storm dat ge weet hoe vast een boom staat”.  Ons schild van eerlijk zijn met doe wel en zie niet om werd niet doorboord! Vlaamsche Strijdbroeders, spijts laster en onverschilligheid , spijts leugen en haat, Vooruit!

Een paar bladzijden uit de geschriftjes van Alfred Segers (archief)

Schade

Toch is de schade voor het imago van de twee Vlaamsgezinde verenigingen groot. “Het jaar 1931 is een van harde beproeving geweest”, aldus Maurits Hooft in het verslagboek van de Jonge Wacht. Het hele incident is in Knesselare geen goeie zaak voor het imago van Strijdbroeders en Jonge Wachters. De Jonge Wacht, waarvan de stichters ook een decennium ouder waren geworden, vonden na dat incident geen tweede adem meer. En almaar meer vielen er gaten in het programma. De verslaggeving in het verslagboek  eindigt in september 1934.

Wie dan wel?

Wie waren dan de vlaggenkervers? Wie enkele maanden later de kappers van de vrijheidsboom? Iémand moet het gedaan hebben. Hierover bleef het deels gissen, maar het was duidelijk: radicale patriotten stonden tegenover radicale Vlaamsgezinden. En het conflict werd gevoerd via een aanval op symbolen.

Namen werden genoemd. Elie De Rycke, Jules Strobbe en Robert Buyse staan vermeld in een aantal documenten, maar ze werden uiteindelijk vrijgesproken. Maria Strobbe, vrouw van de fotograaf Maurits Hooft (voorzitter Jonge Wacht) vertelde dan weer dat zij hadden gehoord dat de daders Gentse hoogstudenten waren. Later circuleerden de naam van Aalternaar Omer Van de Kerkchove en die van de (latere) Gentse dokter Carlos Hooft …

Meester Segers was de actiefste Strijdbroeder

Wie was dan “de verrader”, die de drie valselijk had beschuldigd? Een zekere Lootens, die door Segers wordt genoemd? Zekerheid hierover is er ook niet. Maar waarschijnlijk is het wel zo gegaan. Meester Alfred Segers sprak in zijn rede op het vijftigjarig bestaan van de Strijdbroeders (1943) over “dien omgekochten kerel die leden van de maatschappij deed verdacht maken van een schanddaad maar… de lafaard wierd gedopt in zijn eigen vuiligheid”.

De discussies over beide “aanslagen” dimden naarmate de jaren 1930 verstreken. Er waren “uit het oosten” ergere dingen op komst. En de linde? Die overleefde de slag.

(*) De vlag van de Jonge Wacht – mét scheur – werd lange tijd bewaard door André Magerman in de Hellestraat. Uiteindelijk kwam ze terecht in het archief van de Strijdbroeders.

 

 

De turnclub van de Jonge Wacht werd snel populair, maar moest na enkele jaren de boeken sluiten, wegens “te duur” (kostumering, verplaatsingen, trainers)

 

Chronologie

1893: Stichting Vlaamse Strijdbroeders (Katholiek, Vlaamsgezind – lezingen, uitstappen, toneel)

1914-1918: Eerste Wereldoorlog

1919: initiatief Strijdbroeders omhaling voor monument oud-strijders en vrijheidsboom

1922: Stichting Vlaamsgezinde club ‘De Jonge Wacht’ (Vlaamsgezind, katholiek, sportief actief met voetbalclub en turngroep, Vlaamse kermissen,  toneel) door onderpastoor Van den Brande

1926: Stop turngroep Jonge Wacht wegens “te duur”

1927: onderpastoor en proost Van den Brande wordt opgevolgd door onderpastoor Hendrik De Sutter

1929: lindeboom nacht voor feest Congregatie deels vernield, Strijdbroeders en Jonge Wacht anoniem beschuldigd

17 mei 1930: Nieuwe vlag, groot Vlaggenfeest.

1931: jaar van “harde beproeving”: drie leden veroordeeld door rechtbank in Gent

1932: de drie vrijgesproken door Hof van Beroep

1934: laatste verslag in verslagboek Jonge Wacht

2026: de linde staat er nog …

 

 

 

 


Ontdek meer van KnesselaarsNieuws

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie