Let op: heksen in Aalter (maar ook bij ons)

 

Zondag 11 oktober 2026 komen de heksen naar Aalter. Om 10.30u is er in de theaterzaal ArtA’A aan het station een lezing door Maartje van der Laak met de wervende titel Heksenjacht. De duistere geschiedenis van heksenvervolging in de Lage Landen. Vandaag komen de heksen naar de lezers van KnesselaarsNieuws. Naar aanleiding van deze lezing halen we even een Knesselaars heksenstukje van onder het stof.

Maartje van der Laak

Filip Bastiaen legt uit: “Bij het woord ‘heks’ komt wellicht het beeld van een lelijk, oud vrouwtje met een haakneus en een wrat in je op. Liefst roert ze ook nog in een kookpot met vreselijke ingrediënten, heeft ze een zwarte kat en kan ze elk moment op haar bezem wegvliegen. Deze sprookjesheks karikaturiseert het typische slachtoffer van de heksenjacht uit de zestiende en zeventiende eeuw. Een bloeddorstige vervolging die ook in de Lage Landen honderden slachtoffers maakte.

Tijdens de lezing duikt historica Maartje van der Laak in deze gitzwarte periode van onze geschiedenis. Ze citeert uit verslagen van gewelddadige ondervragingen en uit teksten die de heksenjacht aanzwengelden. Ze toont aan hoe angst, afgunst, roddel en onwetendheid tot de brandstapel konden leiden. En ze geeft enkele slachtoffers een gezicht door hun bloedstollend verhaal te vertellen. Ook in het Meetjesland werden heksen veroordeeld.”

Organisatie: Historisch Genootschap van het Meetjesland en Erfgoed Aalter

Knesselare en de heksen 

Hoe zat dat dan met die heksen van Knesselare? Van verbrandingen is er geen sprake, maar sagenonderzoek leert wel dat de angst voor heksen bij de mensen vroeger wel groot was.

We schreven hierover in KnesselaarsNieuws 2019 (‘De heksen van Knesselare’) en naar aanleiding van de lezing hernemen we de tekst nog eens hieronder. Voor wie bij het opkomende herfstweer eens in de angsten van onze voorouders wil duiken.

De heksen van Knesselare

Hoe raar dat vandaag ook klinkt (al zitten we met Halloween dicht in de buurt), een paar generaties geleden vertelden tientallen oude mensen over heksen. Omer Mattheeuws registreerde hun verhalen. Aandacht voor de heksen van Knesselare. Rap even mee: “Een heks… haha”

We publiceerden hier wel al eens eerder een aantal volksverhalen, zoals die begin de jaren 1960 werden geregistreerd door Omer Mattheeuws. Dit keer uit dit lijvig werk alles over de heksen van Knesselare.

Heksen hadden het volgens de Knesselaarse gesprekspartners van Omer vooral gemunt op kleine kinderen. Zodra de heks het huis verliet werden kinderen ziek. In tijden van ondervoeding was rachitis (kinderen kregen het gezicht van een oude man) een ware plaag. Ook dieren werden vaak betoverd. Heksen staken de mensen vol luizen of vlooien, ze toveren met licht…

Om heksen machteloos te maken gebruikt men een paasnagel, waar geen heks overheen kan stappen, zout, een kruis, een schapulier, de naam van de dag roepen…

Hier onze voorouders over hun (bij)geloof:

Liza Ardeel,72 jaar, fabriekswerkster: “Dolfine was getrouwd mee ne leurder, Ivo Secelle. Ze reeën tuebe rond mee een kerreken waarop alle soorten alaam lag: petainnagels en wa weet ik al. ‘k Wete d’er nog goed van dasse in Ursel een kindeken betoverdige. “Ah, mijn braaf kindje”, zei ze en streeldige over zijne kop. ’t Kindje begost in zijn sjeeseken te schremen en te klagen en ’t hee niet meer dan twee dagen nie meer geleefd. Mijn zuster Emma wierd uek door ’t wijveken Secelle betoverd. Mijn moedere was zuust aan ’t winkelen en ‘k zatte mee den thuiswacht in ons huis in de caféstrate (Koffiestraat -red.). ’t Wijveken Secelle kwam binnen en legdige ons Emma de hand op de kop. O moeder thuis kwam vroeg ze wat dat er mee de kleine scheeldige. ”t Wijveken Secelle heet hier geweest’, zei ik. ‘Heet die rosse hier in huis geweest?’, zei ze. “Best dat ‘k niet thuis ware of ‘k smete ze op de caféstrate’. Twee dagen d’erachter stierf ons Emma aan den ouden man”.

Henri De Blaere, 87 jaar, seizoenarbeider: “Treze was een oud en versleten wijveken. Z’ha zij altijd een zwarte schorte en een neusdoek aan. Ze woondige in de Zandekens mee haar naast famiedle, Gino en Peet. Zekeren dag was mijn moeder naar ’t land en had onze Fons meegenomen in de rollewagen. Z’had de jongentje, ’t was nog maar zeven maanden oud, in de rollewagen laten zitten binst dat ze aan ’t werk waren. Treze kwam dare voorbij en ze streeldige onze Fons over zijn kopken. En d’erachter en deget niet anders meer of schremen en d’erachter is ’t subiet gestorven aan den oude man.”

August Scheyvinck, seizoenarbeider Knesselare: “‘k He ook nog een wijveken gekend met een dochter. En ot da wijveken zei ‘Overal en boven al’ kwam ze overal waar ze wildege zijn. Ze zettige heur op een gete en vloog deur de lucht. De dochter wilde dat ook promberen en ze vloog deur alles en was geschonden over geheel heur lichaam”.

Augusta De Smet, 76 jaar, dienster: “En in Sint-Joris d’er was nog ene die den nam had van toveresse. En ot er een kind geboren wierd was ze gedwongen om daar naartoe te gaan. En ze deed ze kwaad aan en ze stierven. Op ne zekere keer, op ne nacht, d’er was een kind ziek van uit haar gebuurte. En d’er was iemand die wree de tandpijn had en die d’er schuin over weundige. Zo, hij was opgestaan en hij zag haar gaan ten tween van de nacht. En ze trok aan de deure, ze was vermaakt. Ze ging al ’t hekken binnen en ze trok aan de de deure , moar ze kost ook niet binnen. En ’s anderendaags nuchtings stierf da kind.

 Marcel Verniest, 43 jaar, werkman: “Verge Ardeel moest achter de doopkleren voor ’t kind van moeder Cleme. En osse in ’t huis kwam van moeder Cleme begost mij dat kind te schremen en da kind schreemdige dag en nacht. O Verge Ardeel weg ware, ze gingen naar de paters van Steenbrugge en ze zeien daar dat da kind dat aangedaan ware door een oud vrouwmens. Ze zeien dat moeder Cleme moest te biechten en te Communie gaan en dat d’eerste oude vrouwe die ze tegenkwam de die was die da kind dat had aangedaan. En tussen Celle de Nevens en Peetjes kwam ze Verge tegen. En moeder Cleme heet er ton enen deure getrokken”.

Maria Brandt (71 jaar, huisvrouw): “‘k He altijd horen zeggen van mijn vadre dat ’t tot Charel d’Hoogens en loatre bij zijne zeune Jules spooktige. Al mee ne keer wierden de beesten opgejaagd en verschrikt door de spoken en de kalvers en de koelen klaverdigen op de muren… Ze meendigen dat ’t wijveken De Roo ilder dat aandeed. Er ze gingen noar Steenbrugge noar de paters;  Diene gang was altijd wreed lastig en ze zweetigen geweldig. En de paters besproeidigen de beesten mee wijwoadere en ’t wierd were normaal op dat hof.

August Scheyving: “Toe Gust Vervincks in Zeldonck had er een oud vrouwmens weest schooien, maar z’en ha niets gekregen. Ze ging koleirig van dat hof en riep ‘Da zulde elder beklagen’. En ’t sanderendaags was de melk dikke. En on ze kerndigen geen boodre op den bom van de pulle lagen d’er koperen spellen. Ze gingen naar de paters en de die zeien dan ze da vrouwmens iets moesten geven o ze kwam. En ’t was ’t ermee afgelopen”.

Marie-Louise Claeys (73 jaar, fabriekswerkster: “’t Was binst den oorlog en d’er wierd tons vele gesmokkeld. ‘k Ginge naar Gent en in Zomergem moeje overstappen maar op den tram naar Zomergem zaten er twee heksen. En ok ik in Zomergem op den andere tram staptige en ‘k een koepontje vroege naar Gent zegt dienen Here: “Maar madame, ge rijdt naar Knesselare” en ik en wistet niet. ’t Was de schuld van die twee heksen die mij op den dool stuurdigen”.

Florent Spanhove

Florent Spanhove, 82 jaar, kleermaker: “D’er was hier ne keer een toveresse die achter de wereld liep om de mensen elder cenzen af te doene en elder geluk te zeggen. En d’er kwam daar ne keer ne Duitsche Schaper gegaan mee zijn schapen en hij wildige die toveresse den duvel aandoen. Maar die hekse begost op een fluitje te spelen en al de schapen begosten te dansen”.

Liza Ardeel (72, fabriekswerkster): “Ziene (Regina) Stock da was ook een toveresse. ‘k He de die wreed goed gekend. Ze zei: ‘Zondag zal ’t er hier iemand passeren binst de messe. Braeckeveld zal hier passeren op een zwijn’. En godverdekelingen, hij passeerdige op een zwijn. Da’s waar gebeurd, vent.

Marie-Louise Claeys (73, fabriekswerkster): “D’er liepen hier vroeger twee toverwijvekes rond en ze zeien tegen mijn broere ‘Al dajje ploegt zal ’t ’s anderdaags were ommegeploegd zijn’. En ’t was woar,. En dat waren twee wijvekes uit Gent”.

Henri De Blaere: “Treze Mestdagh kost de mensen die voorbij kwamen in nen put woader trekken. Briek Blondia es ne keer in diene put getrokken van Treze”.

Practica

De lezing van het Historisch Genootschap van het Meetjesland, in samenwerking met Erfgoed Aalter, erfgoedvereniging Het Land van Nevele, Familiekunde Vlaanderen – afdeling Meetjesland, Vereniging voor Heemkunde in het Meetjesland, heemkundige kring Het Ambacht Maldegem en Historisch Lieveland vindt plaats op zondag 11 oktober in de theaterzaal ArtA’A in Aalter (Stationsplein 25; ruime parking aan het station en ook zeer goed bereikbaar met openbaar vervoer). Spreker: Maartje van der Laak (auteur, docente gidsenopleiding, reisleidster enz.)

Na de lezing is er mogelijkheid diverse publicaties aan te kopen (zowel recente als oudere jaarboeken van Appeltjes van het Meetjesland, het boek van de spreekster enz.). Inkom: 5 euro.

 

 

 


Ontdek meer van KnesselaarsNieuws

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie