Zondag 13 september van 11 tot 17 uur en in het kader van Open Monumentendag opendeur in de Pietendriesmolen in Knesselare (en niet elders). Bezoekers kunnen er een kijkje nemen na de mooie restauratie. Mooi, maar ook een beetje raar. Na wat info dus – het loont de moeite – ook iets over gekke “mouvementen” van de molen en bizarre rode zeilen op de wieken.
“
Waaiende wieken en een prachtig uitzicht: laat je verrassen en waag de klim naar boven via de molentrap”, zo lezen we op de Aalterse site. Binnen in de molen kan je terecht bij de molenaar voor een woordje uitleg over het proces van graankorrel tot bloem. Kinderen kunnen op zoek naar allerlei leuke weetjes over de molen. Er wordt ook een nieuwe erfgoedsprokkel voorgesteld. Een uitgave van de provincie Oost-Vlaanderen in samenwerking met COMEET.
Op een vrolijke maandagochtend werd, na twee jaar restauratie, de molen weer op gang gewaaid. De website Aalter meldt dat de restauratie Aalter uiteindelijk 450.000 euro kostte, waarvan 150.000 euro werd gefinancierd via een Vlaamse erfgoedpremie.
Lange strijd
De strijd om het behoud van de oude staakmolen wordt al meer dan een halve eeuw gevoerd.
Na het overlijden van de laatste molenaar werd in Knesselare flink druk gezet op de overheden om de molen te redden. De Strijdbroeders-Rederijkerskamer Sint-Elooi namen het initiatief te doen nemen
In een niet ondertekend artikel in de regionale pers (Het Volk, 14 november 1964) ging de auteur wel heel ver: “Geen enkel huis van de Dries zou mogen afgebroken worden zonder de toelating van die Commissie. Waar vindt men immers nog zo een middeleeuws kader? Er worden in Amerika en zelfs bij ons in Bokrijk grote sommen betaald om oude gebouwen herop te richten… Hier op de Dries heeft men een waarachtig openluchtmuseum… Ons land loopt gevaar een der lelijkste landen van de wereld te worden.”
De schrijver van het artikel was uitermate kritisch voor “mensen die de molen zouden willen zien verdwijnen om dan veel geld te verdienen met bouwgrond…”.
Hij had het niet alleen over de molen, want deed ook een oproep om in de omgeving een aantal oude hoeven/woningen te beschermen: het Koningsgoed (Ursel), het Blauwgoed Ursel/Knesselare (Goed ter Pieten, op de grens van Ursel en Knesselare), de Driepikkel (vroeger Goed Lembeke of Zeger Ooms Hof genoemd). Dat is maar deels gelukt. Met de molen lukte het uiteindelijk wel. Toen, en nu weer.
“Zijt ge van Knesselare?”
Een anekdote… In de eerste jaren na de fusie wou de molen nog al eens “op verplaatsing” gaan. Toch in sommige hoofden. In een aantal documenten (collegeverslag 28 september 2020) was sprake van de “Pietendriesmolen te Ursel”. Een foutje dat hier en daar in de media werd overgenomen. Helaas, de molen ligt al sinds mensenheugenis waar hij ligt. In Knesselare.
Op de voorpagina van Taptoe (14 april 2021) stond een berichtje over de Pietendriesmolen onder het kopje “Ursel”. Foutje, en niet de eerste keer. Oei… We schreven aan de redactie”: “De Uilenspiegels van Knesselare hebben hun territorium en de Pierlala’s van Ursel ook. Ieder zijn leute. De molen lag, ligt en zal in Knesselare blijven liggen dichtbij de grens van Ursel en Aalter, staande of omvergevallen, maar wel op het grondgebied van Knesselare, het schoonste dorp van uren in ’t ronde. Met diplomatieke groeten, KnesselaarsNieuws.” Bijgevoegd kaartje zegt genoeg.

Drieswijk (Driesch) onderaan rechts. Net nog Knesselare (Atlas der Buurtwegen Knesselare, 1844). Ten noorden ervan Blauwgoed omwalling en verderop de ook omwalde Driepikkel
Ontdek meer van KnesselaarsNieuws
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




