Appartementen genoeg? Dorpen worden banale slaapplaatsen

Hoe lelijk kan een dorp zijn? Het creëren van almaar meer banale slaap- en woondorpen vol appartementen, dat leek wel de bedoeling. Ook Knesselare heeft al behoorlijk wat in de aanbieding (zie PRENTENBAK onderaan). Tot ook hier het besef groeide dat het anders moet. Afwachten of dat lukt.

Van dorpsstraat naar garagepoortstraat?

Professor emeritus stedenbouw Georges Allaert (UGent) liet er onlangs in De Morgen geen twijfel over bestaan: de identiteit van onze dorpen verdwijnt.

Jaren was De Plaats van Knesselare een kluwen van cafeetjes. Bakkers en slagers kropen er zo dicht mogelijk bijeen. De dorpsstraten waren winkelstraten. Twee huizen van dokters zijn vervangen door een woonblok. Verdwenen slagerijen werden studio’s. Knesselare is in deze gang van zaken geen uitzondering.

“In dorpen waar nooit meer dan één bouwlaag stond, verrijzen appartementen die boven alles uit torenen”, aldus Allaert.Daar zijn wel wat verklaringen voor.

Jonge stadsgezinnen trekken naar dorpen, waar ruimte en rust is, niet zelden naar goedkopere appartementen. De gezinnen worden kleiner. Dat oude, grote huis dat oudere koppels deelden, verruilen ze liefst voor een flatje in de dorpskern. De overheid doet er nog een schepje boven op door via een “betonstop” de bouwruimte fors te beperken (lees hierover: artikel over de betonstop in Knesselare)

Identiteit

Vraagt de Vlaamse overheid zich ook af welke impact al die appartementen hebben op de identiteit van dorpen? Meer dan duizend dorpskernen dreigen te worden verknoeid tot er enkel nog banale slaap- en woondorpen overblijven“, stelt Allaert. “Zonder visie en richtlijnen zal de kwaliteit van hoe we die dorpen beleven en hoe ze eruitzien, zwaar achteruitgaan. Nochtans is dat patrimonium dat we moeten koesteren… voor slaapdorpen die even zielloos zijn als onze beruchte lintbebouwing, zullen wieler- en andere toeristen geen omweg meer maken.”

Volgens Allaert wordt nog altijd te weinig nagedacht over hoe we dorpen uitbouwen, en hebben lokale besturen onvoldoende vat op de bouwplannen van eigenaars en promotoren. Zijn geloof in de efficiëntie van ruimtelijke planning is niet groot.

Volgens minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) is “appartementisering” niet de bedoeling van de zogenaamde betonstop en blijven gemeenten de “regisseur in de dorpskernen”. Dat ruimtelijk beleid wordt vast gelegd in plannen. Het is duidelijk dat meer en meer gemeenten zich bezorgd toonden over de recente ontwikkelingen. Het dient gezegd dat het huidig gemeentebestuur van Knesselare samen met Stedebouw redelijk wat krijtlijnen uittrok (lees hierover het artikel : RUP Centrum legt toekomst van dorpskern Knesselare vast.) en voor het dorpscentrum waarbinnen nog appartementen kunnen worden gebouwd een hele reeks voorschriften oplegt (bouwhoogte en -diepte, beperking garages vooraan, minimale oppervlakte, …). Zo hoopt men grote projectontwikkelaars te ontmoedigen (en weg te houden) die er op uit zijn om zo veel mogelijk woongelegenheden te verwezenlijken  op een zo klein mogelijke oppervlakte.

Weinig visie

Ruimtelijke ordening is al lang een delicate kwestie. Politici hebben destijds de gewestplannen hier en daar “merkwaardig” ingekleurd. Ook in Knesselare. Al in de jaren 1970 waarschuwden kenners dat we verkeerd bezig waren. Het beleid volgde nauwelijks. Later kwam er het devies om onze dorpen levendig en aantrekkelijk te houden (lees: te redden) door van ‘uitbreiding’ naar ‘inbreiding’ over te schakelen (een betonstop avant la lettre). Ook dat was geen succes. De vlucht naar de open ruimte bleek moeilijk te stoppen. Er kwam plaats vrij, maar bij gebrek aan visie werden massaal appartementen gebouwd. Door burgers en door projectontwikkelaars, Met zo veel mogelijk wonen op zo weinig mogelijk grond, dat leek wel de bedoeling.

De vraag is wie en wanneer na de fusie beslist over welke kant het hier vanaf 2019 verder uitgaat. Knesselare is ook op dat punt zijn autonomie kwijt. Of we met Aalter beter af zijn, valt af te wachten. De burgers in de satellieten rond de hoofdgemeente houden dat maar beter mee in de gaten. Dat geldt nog meer voor wat er gebeurt met de rest van de Knesselare dorpskern (RUP buitengebied). Ongelooflijk veel inkijk in de plannen van de fusiemakers hebben we nog niet gekregen. We zijn benieuwd.

Hieronder een blik op de voorhoede van het oprukkende appartementenleger  (17 beelden in een PRENTENBAK van Paul Verhoestraete)

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.