Aalter en de Ruimte – De sterke kernen van Brouns

 

Allez, vooruit. Aalter wordt één van de negen nieuwe “sterke kernen” van Vlaanderen! Zo staat het in een nieuw Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns. Burgemeester Mathias Van de Walle zegt tevreden te zijn met deze “promotie”. Benieuwd of ook de deelgemeenten daar wel bij varen. Die hebben misschien niet de ambitie om stille, sombere slaapdorpen te worden, waar vooral veel nieuwe burgers (militairen, nieuwkomers) worden gedropt.

Aalter is een van de negen Vlaamse gemeenten (zie kaart) die vanuit het Vlaamse Gewest “een versterkte” rol krijgen binnen het geheel van steden en gemeenten (*).  Hierbij passen toch enkele malse vragen. (een inleiding INTRO VRT)

Waarover gaat het? Vlaanderen laat Aalter en de acht andere gemeenten toe “op een kwalitatieve manier” bijkomende noden inzake wonen, economie en voorzieningennoden op te vangen. Lees: als er meer ruimte nodig is om te bouwen (particulier, handel en bedrijven), dan moet dat er maar van komen. Wat is “kwalitatief”? Het is voorlopig toch wat vaag.

Waarom nu de keuze voor Aalter? Aalter in een rijtje zien naast Zelzate bvb, het doet wat vreemd aan. Maar goed, de gemeente kan “uitbreiden”.  Dat klinkt altijd goed, bij bestuurders, en wellicht ook bij een aanzienlijk deel  van “de mensen”. En Aalter heeft ongetwijfeld een aantal troeven: de gemeente is “goed gelegen” (snelweg, spoor, route naar zee,  kanaal …) en voorzien van een degelijke infrastructuur. Maar bij groei horen groeipijnen. Aan groei zijn er ook grenzen. Waar ligt de drempel?

Mogen, niet moeten? In een mededeling zegt Aalter vrolijk “zelf” aan het stuur te mogen zitten. Dat zei ook Vlaams minister Brouns. Maar hij zei ook iets vreemds: de gemeenten mogen nu veel meer, maar moéten niet. “We leggen deze gemeenten geen groeicijfer op en zeggen evenmin dat ze plots groter moeten worden.” Maar “als er behoefte is aan bijkomende woningen, economische ruimte mag het. Lokale besturen botsen vandaag soms op plannen en voorschriften die dateren uit een heel andere tijd.” Warm en koud, toch?

Komen er subsidies of andere financiële steun voor de negen gemeenten? Neen. Het BRV moet Aalter toelaten te “transformeren”, te “verdichten”, de bestaande kwaliteiten te bewaren of te versterken inzake sport, zorg, onderwijs of werk. Wordt dat gratis scheren?

 

 

Besluit (voorlopig)

We zijn als gemeente tevreden met deze promotie. Ik juich toe dat we extra kansen zullen krijgen om bijkomende bebouwing te realiseren zodat ook onze kinderen en jongeren die in Aalter opgroeien in Aalter kunnen blijven wonen”, aldus nog de burgemeester. Is dat nu al niet het geval? De bevolkingsdruk komt van buitenaf, niet van binnenin.

“Aalter wil een groeimotor zijn tussen Gent en Brugge met veel werk- en ontspanningsmogelijkheden”, besluit nog de burgemeester. Maar toch even afwachten of dat hele project van de deelgemeenten niet nog meer levenloze, stille, slaapsatellieten van Aalter moeten zijn. Centralisatie kan bot zijn.

(*) Vergelijk het met een gelijkaardige oefening die dertig jaar geleden werd gemaakt met het Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en het toenmalige beleid rond kleinere stedelijke gebieden

We zijn er nog niet…

De voorbije week was het zowat het belangrijkste (politieke) streeknieuws. Volgens een nieuw Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) promoveert Aalter met acht andere Vlaamse gemeenten tot zogenaamde “kleinstedelijk gebied”.  Nu en dan bevalt de Vlaamse Overheid van enige plandrift. De eigenlijke teksten zijn grappig vaag (lees HIER)

De verwarring zit al in de omschrijving. Worden in de media vermeld: “kleinstedelijk gebied”, “stedelijk gebied”, “nieuwe kleinstedelijke kern”, “quasi-steden met een sterkere regionale functie”.  Zoek het verschil.

Waarom precies die negen? Daarover is Brouns onduidelijk (zie hoger). De gemeenten kunnen zorgen voor scholen, bedrijven, industriegronden, sportinfrastructuur, zwembaden, stationsbuurten, … Loopt Aalter hier achterop?

Wat zal nu “meer” mogen? Volop bouw-gas geven? “De gemeenten krijgen extra flexibiliteit om woningen en economische ruimte kwalitatief te “verdichten”. Wat mag er niet (Drongengoed?) ? En wat betekent dat concreet voor de deelgemeenten?

Is uitbreiden een “must”? Het lokale gemeentebestuur blijft zelf aan het stuur om te bepalen hoe en wanneer ze deze extra mogelijkheden benutten, zo luidt het. Warm en koud.

Wanneer zijn we klaar? We zijn nog niet aan de nieuwe patatjes. Er volgt nog een lange weg langs Vlaamse Regering, provincies en gemeenten, Vlaamse strategische adviesraden, opnieuw naar de Vlaamse Regering, nieuwe adviesronde… Vooruit met de kar …

Bargoens?

De teksten die Vlaanderen over die zaak op het internet plaatste zijn soms merkwaardig. Bargoens of zo? Men zette den leesbril op voor heerlijk proza…

We beperken ons tot een mooi voorbeeld van ambtenarees: “De geïntegreerde opgaves vormen een verdere verfijning van het ruimtelijk synthesebeeld en concretiseren de ruimtelijke transformatieopgaves door ze op niveau van Vlaanderen aan de hand van het ruimtelijk kompas op kaart te zetten … Het BRV krijgt uiteindelijk concreet vorm in beleidskaders die doorvertaald worden via ruimtelijke beleidsplannen, uitvoeringsplannen, investeringen, regelgeving, vergunningen en handhavingsprioriteiten. Daarnaast wordt het vertaald naar gebiedsgerichte strategieën, zoals woonstrategieën, herbestemmingsopgaven, economische ontwikkelingsvisies en landschapsprojecten. Door ruimtelijke keuzes beter op elkaar af te stemmen ontstaat een samenhangende aanpak die richting geeft aan toekomstige ontwikkelingen”.

Tja, we zijn er nog nie


Ontdek meer van KnesselaarsNieuws

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie