’t Vuil bladzijdeke – Broave es gien goave, een zwijn kan ’t zijn

 

In lang vervlogen tijden verscheen in Knesselare het blad Uilenspiegel (1980-1986), waarin er ook aandacht was voor ons dialect, We hebben die stukjes hier eerder gepubliceerd (zie zoekrobot). Als aanloop naar de publicatie van het veel ruimer en wetenschappelijker werk van Erik  Wille en zijn vrienden van het Dialectgenootschap, einde november, snuffelden we bij wijze van opwarming even door onze archieven. Op zolder voor braaf werk, in ons donkerste keldertje voor een pakketje pittige “uitdrukkingen”. Een beetje stout? Broave en es gien goave, een zwijn kan het zijn. Vandaag ’t vuil bladzijdeken…

Na het schitterende Dialectwoordenboek Zuidwest-Meetjesland en omstreken (2013) en het Dialectregister Zuidwest-Meetjesland en omstreken mogen we dit najaar rekenen op een vervolg van dit initiatief met de publicatie van Volkse Spreuken en Uitdrukkingen in Zuidwest-Meetjesland en omstreken (2026).  

Volkse uitdrukkingen zijn immers een aparte tak van de dialectstudie.  Ze dragen de stempel van het verleden, behoren tot  ons taalkundig erfgoed en lijken vooralsnog de tijd te overleven.

Trekpaard in onze regio is Erik Wille, die al in de jaren 1970 met een klein boekje in de achterzak rondliep, en noteerde wat hij hoorde. Hij slaagde erin een groepje enthousiastelingen mee te krijgen in zijn verhaal en stichtte in 2002 het Dialectgenootschap Zuidwest-Meetjesland.  Zijn vaste compagnons in dit verhaal waren Patriek Vanlaere en Johan Engels. Maar het ging om een heel team. Het genootschap breidde zijn jachtgebied uit met Knesselare en Ursel, op vraag van professor en inspirator Johan Taeldeman (1943-2017)

In Knesselare liepen ook wel wat mensen rond met interesse voor het dialect van dorp en omgeving. Het tijdschrift Uilenspiegel (1980-1986) besteedde nu en dan ook aandacht aan lokale dialectwoorden en -uitdrukkingen, onder meer in de rubrieken ‘Het taalken van ons vader en ons moeder’ en ‘Het Knesselaars alfabet’.  Recenter nam KnesselaarsNieuws zo nu en dan de draad weer op.  Verzamelaars op de eerste rij waren André Van Hooreweghe, Renaat De Blaere, Paul  Verhoestraete en Jan Van de Casteele.

Veel beter werk

Johan Engels en Erik Wille (Foto De Promeet / Gerben Steyaert – Moments of Colour)

Veel uitdrukkingen geven op een ludieke manier de (soms vervelende) waarheid weer, andere een brok levenswijsheid. Vaak zijn ze scherpzinnig, of ronduit grappig. Maar “volkse” uitdrukkingen kunnen ook ronduit platvloers zijn. Met ons slecht karakter gaan we met materiaal uit ons archief even de sluier oplichten, die tot aan de datum van de publicatie nog over het titanenwerk van het Genootschap  hangt.

We doen dat in twee deeltjes, braaf beginnend met een ludieke selectie, gevolgd door serie pikante uitdrukkingen die zouden passen in een rubriek ‘t Vuil bladzijdeken. Niemand is verplicht verder te lezen.

Op ne gladden gezet worden (de tegenpartij komt op een afspraak niet opdagen)

Moest ge zo groot zijn of dat ge dom zijn, ge kost uit de goode drinken (“plastischekritiek op een dom iemand)

Schuifelaars en èn geen geld (van wie veel tamtam maakt, moet je niet veel verwachten)

Broave en es gien goave, een zwijn kan het zijn (kritiek op verregaande braafheid)

’t  Goa reegnen on de zwijns mee struet in ulder muile luepen (verbale pikuur voor rokers)

’t Es moar ienen tand nat (na het drinken van een eerste glas naar tweede verwijzen….)

Barre-sigarre (populair loopspel in de lagere school jaren 1960)

Leeg zweet zit gereed (Je transpireert vlug als je lui bent)

Een èwwe kapelle moe versierd worden (ouderen moeten zich optutten)

Te kandele gaan (iets vernielzuchtig aanpakken)

Rijmen en dichten zonder ui gat op te lichten (kritiek of flauwe poëzie)

Wat is me da een kriepkerre (een klagende mens)

Hij stoat op zijn kuerde (hij is mooi uitgedost)

Jawadde, sapabbe (kreet van verwondering)

Hij stinkt lijk de vorte peste (weinig flatterende kritiek op iemand die stinkt)

De complimenten van mijnen eetzak (platte beeldspraak over een boer laten)

Hij heeft van de ladde (hij heeft ‘prijs’, maar in negatieve zin)

’t ligt hier oalemoale huep over tsjuep: (ook oallemoalle ovrende  (alles ligt hier slorgig)

Hij es ‘t end zijn zeel (uitgeput, de dood nabij)

‘k He der ‘ne ronk van gehoord (ik heb er iets over vernomen)

Hij es de biezeroute (ook: Hij es de piest’ in (hij is vertrokken)

t es hem gescheten en gespogen (hij lijkt er zeer goed op)

’t Was zo heet dat de kraaien goaptegen (heel erg warm weer)

Ieverst ‘nen hoazoard doen (ergens een koopje doen)

Iemand torre  aandoen (iemand kwaad doen)

’t Zijn latten aan ’t huis (we kunnen worden gehoord/afgeluisterd)

Langs de gierigaard rijden (de kortste weg nemen)

Ik zij tsokke poaling (ik ben kletsnat) 4

En nu naar de kelder …

Van den hoaze gepoept zijn (snel zijn)

Gereeën zijn van Santens en groten (slecht afgelopen deal)

’t Schaap es de preud’af (compleet bekaf)

Ontvangde gij nog? (Wil je nog kinderen van mij) 1

Dromen zijn bedrog, moar schijt in ui bedde en ge vindt het s’anderendaags nog 

Zijje kwoad, schijt op den droad; zijje dil?, schijt op den bril (’t kan mij niet schelen dat je boos bent)

Stoppe, chauffeur, madame moe piessen (plasstop nodig!)

Mee de trèwschijde zitten (late twijfel over huwelijk)

Hij kan liegen lijk een peerd schijten (enorm liegen)

Ze droagt een onderveste zonder knoppen (grote decolleté)

Uer konijntjes liggen los in d’etalage (borstjes los in de bloes)

Zoe je’m nie afbijten? (uitroep van ellende met ongezellige afloop)

Ejje ‘nen stijve nekke? Koeroaize, ’t kan zakken. (over diverse soorten stijfheid…)

Hij goa nogal een beetje scheedn loaten (hij zal het kwaad krijgen)

Wa zijje mee een miljoen ojje nie keunt schijten (rijkdom keert de ziekte niet)

In de kirke schijten en ’t op d’heiligen steken (uw schuld op een ander steken)

Hij heeft in de koestront geblazen (hij heeft veel sproeten)

’t Is ne greppeschijter (iemand met een vaal en bleek gezicht)

Zijn vel is te klein. Ot ’t hij zijne mond toe doet, gaat zijn hol open (over iemand die met zijn mond open zit)

Ze ee benen toe aan huer gat (hele mooie, lange benen)

Kakken goa vuer ’t bakken, uek al es den oven nog zo heet. (moet dringend naar toilet)

Zo zwart of mollekes kluet’n (pikzwart)

Er is geen preute die spant gelijk ui eigen hand (over erotische spanning…)

’t zijn lapp’n, moet’n poepen mee ne slapp’n (over erectieprobleem)

t Zoad van ne moat kan geen kwoad (vergoelijkend over vreemdgaan met…) 

Zet ui moar op ui poebescheetje (synoniem voor liefje, uit lagere regionen) 

Hij zoe zijne stront ziften vuer ‘t gruis ‘t enne (hypergierig zijn)

Hij es zue zwart of mollekes gat (hij is wel heel vuil) herhaling

Hij kan ’t er beter mee sloan dan mee stekk’n (hij heeft een erectieprobleem)

Tot hier de “opwarming” voor het eigenlijke werk van de specialisten, waarop het nog even wachten is.

VOLKSE SPREUKEN en UITDRUKKINGEN

(een ideaal kerst- of Nieuwjaarsgeschenk)

Stort € 30 op BE52 4426 6576 7109 van het Dialectgenootschap Zuidwest-Meetjesland met vermelding van naam, voornaam, mailadres en/of telefoonnummer (zo wordt u gecontacteerd met data van de voorstelling van  het boek en tijdstip voor afhaling)


Ontdek meer van KnesselaarsNieuws

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie