Dat was het dan. Laatste gemeenteraad zit er op

 

Voilà, het zit er op.  Voor een laatste keer kwamen Knesselaarse vertegenwoordigers bijeen voor een gemeenteraad. Echte vrolijkheid viel er niet te merken. Eerder ingehouden blijheid omdat een lastige horde werd genomen.

De teerling is geworpen. De laatste beslissingen genomen

De oudste bronnen over een soort besturende “raad van wijzen” in Knesselare dateert van 1201. Of die een locatie had voor overleg en dorpsbestuur is niet duidelijk. Wel lazen we in het historisch en heemkundig tijdschrift Appeltjes van het Meetjesland een artikel over een ruzie tussen de bazen van toen (in dit geval het Bisdom) en de dorpelingen van Knesselare. In juni 1201 kwam het namelijk tot een proces over belastingen. Een select groepje mannen moesten zich als getuige in het conflict melden.

Hoe de bestuurlijke en rechterlijke macht op dorpsniveau in de daarop volgende eeuwen concreet vorm kreeg, is een complex verhaal. Het grondgebied was versnipperd. Tot einde de jaren 1700 waren het vooral de “baljuws en scepenen” die hier de zaken op orde moesten houden.

Pas vanaf de Franse Tijd is er in Knesselare sprake van burgemeesters. In zijn boek ‘Knesselare’ vermeldt Alfons Ryserhove als oudste baljuw Jacob de Beste (1446), en als oudste burgemeester ene Pauwel Huyghevelt (1638).

Er werd vergaderd in een of ander lokaal van een kroeg. De Swaene werd al in 1488 vermeld “beurtelings wisselend met De Vier Heymanskinderen als vergaderplaats der wethouders”.  Beide kroegen waren te vinden op het kerkplein of De Plaats.

Een telling van 1779 vermeldt als gemeentehuis een andere locatie, de Sint-Hubertus, ook op De Plaats (nu Litanie), geopend in 1755. Beelden van die herberg zijn er niet bewaard. In het café was een zaaltje waar het bestuur nu en dan vergaderde.

Ruimte

De Sint-Hubertus moet een kleine herberg zijn geweest en dat moest maar eens veranderen, besloot men omstreeks 1900. Het gebouwtje werd gesloopt en in 1901 vervangen door het huidige veel statiger gebouw, met meer ruimte  voor de bewoners en hun klanten. De uitbaters kozen voor een andere naam: de Sint-Hubertus werd Café Gemeentehuis.

Op de eerste verdieping bleef de ruimte beperkt. 60-plussers herinneren zich zeker de kleine raadzaal en de wat muffige aanpalende kantoorruimte. Een zaaltje voor de toen nog veel kleinere gemeenteraad, een champetter, een secretaris, een bediende voor de burgerlijke stand en de “openbare onderstand”, dat was het zowat.

In de jaren 1970 kwam er een naast Café gemeentehuis een volledig nieuw gemeentehuis, dat later nog eens werd uitgebreid met de woning van dokter Vanthuyne, op de hoek van De Plaats en de Hellestraat.

Nu staan we voor een rit in de omgekeerde richting. Een deel van de gebouwen krijgt een andere bestemming. En het zal snel gaan. De inkom (met trappen) wordt volledig afgesloten. De zij-ingang (nu Dienst Burgerzaken) wordt hoofdingang, omdat alleen die ingang haalbaar is voor minder mobiele mensen. De snelbalie en het loket zullen zich daar bevinden.

Maar ook binnenin wordt alles anders. We komen hier vanzelfsprekend nog op terug.

De fusiehistorie werd voorlopig afgesloten met een dank- en afscheidswoord van Luc Ally, de voorzitter van de gemeenteraad, hier en straks in Aalter. De laatste raad werd afgesloten met een kleine receptie waarop ook de Aalterse burgemeester(s) en de Aalterse raadsleden waren uitgenodigd. “Blij, maar moe”, aldus burgemeester Erné De Blaere achteraf. Hij had de moed om de toekomst van zijn dorp in een andere plooi te leggen. Geen makkelijke keuze. Geen evidente keuze, schreven we hier vaak. Maar hij had er ongetwijfeld goede redenen voor.

Op woensdag 19 december werd een (administratieve) bladzijde omgeslagen. De geschiedenis zal uitwijzen in welke mate Knesselare daar wel bij vaart. Laat ons hopen van wel, en laat ons proberen, daar waar het al eens anders is, daar vanuit Knesselare ook iets aan doen. Aalters pad waar het moet, Knesselaars pad waar het kan.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

Laatste prent van een Knesselaarse gemeenteraad (foto’s Paul Verhoestraete)