Wringt fusie lokaal politiek leven de nek om?

Het wordt de komende weken en maanden duidelijk hoe de kieslijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen worden ingevuld. Grote partijen krijgen via kronkels in de kieswetgeving al een extra duwtje in de rug. Maar er is meer: de fusie van een kleinere gemeente als Knesselare met een veel groter Aalter maakt het voor kandidaten uit Knesselare biezonder lastig om politiek te overleven.

Hoe groter de partij, hoe goedkoper de zetels

We maken het voordeel voor grote partijen even concreet en vergelijken de prijs voor een zetel in de gemeenteraad.

Bekijken we even de scores van de verkiezingen van 2012. In Knesselare behaalde de zegevierende Groep9910 met 3594 stemmen 14 zetels. Omgerekend 257 stemmen per zetel. Groen kreeg voor 1131 stemmen 4 zetels, of 283 stemmen voor één zitje. En Bart Van Daele was met zijn 771 stemmen als eenmanspartijtje E-VA goed voor 14 procent van de stemmen. Het was wel een dure zetel (771 stemmen).

In 2012 overtuigde Pieter De Crem met z’n kartel CD&V/N-VA 9022 kiezers. Goed voor 14 zetels. Voor een kartelzetel in Aalter waren 474 kiezers nodig. Een zetel voor Groen (2894 stemmen) kostte gemiddeld 549 stemmen. Open Vld kreeg 1284 kiezers achter zich, maar dat leverde maar één peperdure zetel op. Kostprijs: 1284 stemmen. Vlaams Belang haalde 774 stemmen, maar geen zetel.

Hoeveel lijsten er zullen deelnemen aan de verkiezingen van 2018 is nog niet duidelijk, maar het is nu al duidelijk dat kleinere partijen – en al zeker nieuwe partijen – voor een frustrerende opdracht staan. Het is zeer de vraag of dat verdeelsysteem geen slot is op de toegang voor kleine of nieuwe partijen tot de politiek.

Hoe meer fusie, hoe minder politici

In 2012 waren er in Knesselare 5.496 geldig stemmende kiezers, in Aalter evenwel 13.974. De nieuwe fusiegemeente zal met een bevolkingscijfer nog een einde onder de 33.000 “maar” 29 zetels tellen. Dat cijfer ligt heel wat lager dan de 44 raadsleden die er nu zijn (Aalter en Knesselare samen, 25 en 19). Op zich is dat een begrijpelijke wettelijke regeling (rationalisatie), maar daardoor zal het aantal voorkeurstemmen belangrijk en bepalend zijn. Het wordt drummen op de lijsten, en drummen op de verkiezingsdag.

Klein broertje

Belangrijkste punt is natuurlijk het aantal kiezers dat voor een partij stemt. Hier is Knesselare het kleine broertje. Het aantal Knesselaars kiezers zal ook in 2018 maar zo’n dertig procent van het totaal bedragen, het Aalterse aandeel zeventig procent. Dat is de realiteit die als een mes boven de nek van alle Knesselaarse kandidaten hangt.

Groep9910-kandidaten die op de lijst van Pieter De Crem gaan staan, oude of nieuwe, zullen dat wel beseffen.

In de tabel hiernaast is duidelijk dat ze in 2012 relatief veel voorkeurstemmen kregen. Als die lijst De Crem bij gebrek aan sterke concurrenten (al kunnen die er nog komen) in het beste geval in 2018 om en bij de 20 zetels zou behalen zou je – op basis van de scores van 2012 becijferd – de indruk krijgen dat Knesselaarse kandidaten er daarvan zo’n 9 zouden kunnen veroveren.

Dat is evenwel alleen waar in het fictieve scenario dat Aalterse kiezers volgend jaar even weinig voorkeurstemmen zullen geven als in 2012 en Knesselaarse kiezers evenveel voorkeurstemmen geven aan hun kandidaten als vijf jaar geleden.

Natuurlijk – nog eens – dat is fictie, want kiezers zullen nu ook voorkeurstemmen uitbrengen over de oude gemeentegrenzen.  Maar er is weinig reden om aan te nemen dat meer Aalterse kiezers voor het kartel (in 2012 waren dat er 9.022) ook de bolletjes van Knesselaarse kandidaten zullen inkleuren dan omgekeerd (Groep 9910 kreeg toen 3.594 kiezers achter zich).

Voor Knesselaarse kandidaten van Groen is de kans op slagen nog kleiner. In beide gemeenten haalde de partij in 2012 zo’n twintig procent van de stemmen, maar Groen Aalter behaalde wel 2894 stemmen, Groen Knesselare 1131. Met amper een paar honderd voorkeurstemmen in 2012 weten de vier Knesselaarse raadsleden van Groen nu al hoe laat het is op een gezamenlijke lijst. Ze komen in de tabel hiernaast niet voor, hun Aalterse collega’s wel.

Voorkeurstemmen

Om het belang van voorkeurstemmen enigszins te kunnen begrijpen, bekijken we eerst even de tabel van de vorige verkiezingen. Ze geeft in de eerste cijferkolom het aantal voorkeurstemmen in 2012 van alle verkozen kandidaten van de beide gemeenten. We kunnen dat aantal vergelijken met het totaal van de partij (kolommen twee en drie) en noteren dat percentage in de rechterkolom.

Het behaalde voorkeurstemmenpercentage (rechterkolom) toont meteen aan dat de kandidaten in Knesselare (geel aangeduid in derde kolom) veel meer voorkeurstemmen kregen dan hun Aalterse collega’s in Aalter er kregen van hun kiezers (grijs aangeduid in tweede kolom).

De Knesselaarse burgemeester Fredy Tanghe kreeg van bijna de helft van de Groep9910-kiezers een naamstem (47,9 procent). Dat is meer dan Pieter De Crem er kreeg van zijn kartelkiezers (43,5 procent). (Bart Van Daele, de verrassende koploper in dit overzicht, laten we even buiten beschouwing omdat hij de enige kandidaat was op zijn lijst. Van de 771 kiezers van zijn lijst gaven er 440 hem (ook) een naamstem).

Merk op hoe snel dat percentage zakt tot veel lagere waarden. Maar merk vooral hoe amper 6 Aalterse namen in top-25 van het voorkeurstemmenpercentage staan (oranje). Zal dat ook in 2018 zo zijn?

Veel zal afhangen van de voorkeurstemmen die men “thuis en op verplaating” (in de andere gemeente) kan krijgen.

De Knesselaarse kandidaten zijn voor volgend jaar beter realistisch. Je kan er donder op zeggen dat de Aalterse kandidaten een tandje zullen bijsteken op eigen Aalters veld…

Handig gespeeld

Of hoe een fusie een lokaal politiek leven de nek kan omwringen. De hele fusie-operatie in Vlaanderen was een mager beestje en veel relatief kleine gemeenten in Vlaanderen behouden hun autonomie. in Wallonië nog veel meer.

De CD&V-burgemeesters hebben het in onze regio handig gespeeld. (*) In fusies van gemeenten met min of meer een vergelijkbaar aantal inwoners (Zingem-Kruishoutem of Zomergem-Lovendegem-Waarschoot) is niemand de pineut. Hier kan dat wel even anders worden.

In Knack (22 oktober) schreef prof. Herman Matthijs over de fusies het volgende: “Veel succes hebben de vrijwillige fusies niet. Uiteindelijk zijn het zeven fusies geworden. Het gaat politiek steeds over CD&V-fusies… In heel de fusieproblematiek stelt zich ook de vraag tot wat die moet leiden? Wat is de ideale oppervlakte en inwonersaantal van een gemeente? Dikwijls wordt verwezen naar de bestuurskracht van ene gemeente of de hoeveelheid geld in de begroting. Maar ondanks alle studies en theorieën is er geen enkel ideaaltype voor een gemeentelijke structuur en bestuur. Een grotere gemeente kan, maar wordt niet noodzakelijk beter bestuurd dan een kleinere.

Het wordt hoe dan ook spannend in dat kluwen van spanning tussen partijen (CD&V, N-VA, andere…), tussen dorpen, tussen mannen/vrouwen, oude en nieuwe kandidaten, etc. Benieuwd wat er uit de oven komt,

(*) Uiteindelijk zijn het zeven fusies geworden (Aalter met Knesselare, Puurs met Sint-Amands, Meeuwen-Gruitrode met Opglabeek, Overpelt met Neerpelt, Zingem met Kruishoutem, Lovendegem met Waarschoot met Zomergem en Deinze met Nevele). Het gaat politiek steeds over CD&V-fusies.

KNESSELAARS NIEUWS OP DE VOET VOLGEN? SURF NAAR http://www.knesselaarsnieuws.net EN OPEN ER OM HET EVEN WELK ARTIKEL. IN HET VELD RECHTS VAN DE TEKST KUNT U EEN INSCHRIJFVAKJE. VUL ER UW EMAILADRES IN, ENTER. JE ONTVANGT DAN ALLE BERICHTEN.