De burgemeester die urine dronk…

We kijken in Knesselaars Nieuws terug naar de politieke ontwikkelingen van de voorbije 160 jaar. We zijn aanbeland bij een eerste van twee artikels over dokter August De Jaeger, een wel heel bijzondere burgemeester (1897-1909). Halfweg de 19de eeuw… Knesselare lag te slapen in het Meetjesland. De meerderheid van de inwoners was ongeletterd, en leefde na de terugval van de huisnijverheid van spinsters en wevers van de landbouw en wat neringdoenerij. Het was nog de tijd van de aardappelplagen, van honger, “brood aan den armen”, kantwerkscholen in plaats van degelijk onderwijs… Kasteelheren waren er hier niet, industrie al evenmin. Grote, nationale partijen waren er nog niet. In België was de politiek “een spel” tussen katholieken en liberalen. Van socialisten en andere strekkingen was nog geen sprake. Het bestuur was in handen van enkele min of meer vermogenden.

Kloof

We hadden het hier eerder al over Eugeen Maeyens, ‘heel- en vroedmeester’ en hier burgemeester van 1848 tot 1859. In dat laatste jaar wordt hij opgevolgd door August Wille, eveneens dokter. Persoonlijke tegenstellingen en familiale achtergronden vergrootten de kloof tussen de meer liberaalgezinde Wille en een groep invloedrijke katholieken. Die kloof loopt parallel met de groeiende tegenstellingen op nationaal vlak, die zullen uitmonden in een verscheurende schoolstrijd. Wille, die hier de lantaarnpalen “blauw” had laten schilderen, verloor de verkiezingen en vanaf 1879 namen de katholieken de macht stevig in handen. Landbouwer Arnoldus Bellaert werd burgemeester tot hij in 1897 op 91-jarige leeftijd stierf.

Democratie was toen nog een wonder ding. Alleen wie een bepaald bedrag aan belastingen betaalde mocht stemmen (cijnskiesrecht). Pas in 1893 wordt het Algemeen Meervoudig Stemrecht ingevoerd: iedere man van 25 jaar (van vrouwenstemrecht was nog geen sprake) kreeg nu stemrecht, maar sommigen kregen meerdere stemmen (naargelang bezit, inkomsten, graad van onderwijs). Er zijn nu meer kiezers, maar vrouwen en jongeren telden nog niet mee.

In 1897, 120 jaar geleden, wordt August De Jaeger de nieuwe burgemeester. We weten een in ander over hem uit de familiekroniek ‘De Jaeger’ (131 blz.) geschreven door Ghislain De Jaeger (95), kleinzoon van August.

 

De familie De Jaeger was welstellend en zeer katholiek. Ze woonde einde de Kerkstraat (aan de Kruise) in een boerderij. Ten tijde van de Franse Revolutie verstopte ze er twee priesters voor de Fransen. De priesters werden ontdekt en vermoord voor de hoeve. Voor hen werd “De Kruise” opgericht (later iets verplaatst)…

August De Jaeger werd geboren in 1846 en behaalde zijn diploma van dokter in de genees-, heel- en vroedkunde in Leuven in 1874. Hij huwde op zijn 35ste met Lucie de Clercq op wie hij verliefd geworden was toen hij ze moest gaan verzorgen op het kasteel Schuur-loo in Maria Aalter, het buitenverblijf van de Brugse familie de Clercq. Hun liefdesbrieven verstopten ze onder een steen in een kapel in Doomkerke.

August was een zeer geëngageerde man. Het koppel ging wonen in een mooie woning in de Veldstraat (later herberg en post, nu leegstaand). Ook hij was een zeer christelijk man. Zijn vader had twee broers die priester werden. Een ervan werd overste in het Augustijnerklooster van Gent.

De familie was niet onbemiddeld en omdat er veel religieuzen waren en velen ongehuwden bleven, ging het ze financieel voor de wind, zo blijkt uit erfenisdocumenten. Uit de erfenissen leren we ook dat de familie sociaal geëngageerd was en tot omstreeks 1900 regelmatig zakken brood uitdeelde aan de Knesselaarse armen, onder meer bij alle begrafenissen van de familieleden.

August De Jaeger was “doktoor in genees-, heel- en vroedkunde”.

August, ‘doktoor in genees-, heel- en vroedkunde’, reed volgens zijn kleinzoon en andere getuigen ‘met paard en voiture’ de hele gemeente rond om zieken te verzorgen. Van de hedendaagse technische middelen was toen nog geen sprake. Ghislain De Jaeger (°1925) vertelt in zijn boek dat zijn ‘bon-papa’ veel ‘visites’ bij arme Knesselarenaars gratis deed. In de lijkrede na zijn overlijden werd hierover het volgende verteld: ‘Hoe dikwijls hebben  wij hem des nachts – in volle winter – ten prijze zijne kostbare gezondheid, naar den zieke niet zien snellen, die zijne hulp kwamen inroepen…”. De geneeskunde van toen was nog niet wat ze vandaag is. In de familiekroniek is vermeld dat August de diagnose van diabetes deed door urine van zijn patiënten te drinken…

August als politicus

De Jaeger stapte ook in de politiek, werd schepen in 1888, kopman van de katholieke partij en uiteindelijk burgemeester van 1897 tot 1908. Hierover meer in een volgend artikel over die man. Ook over zijn opmerkelijk inhuldigingsfeest op maandag 16 augustus 1897. Daarvan is een zeldzaam kader met foto’s bewaard op het gemeentehuis.

Ghislain De Jaeger schrijft in zijn familiekroniek dat August De Jaeger koos voor de “katholieke progressieve partij”.  Vermoedelijk wordt hier bedoeld de flamingantische Christene Volkspartij, in 1893 opgericht door Adolf en Pieter Daens. Zijn vader had August vaak met veel lof horen spreken over priester Daens. De Daensisten, veel meer bezorgd over ‘de kleine man’, waren populair, maar werden fel bekampt door te toenmalige bisschoppen.

August De Jaeger, kunstzinnig, eerste fotograaf

In 1868 liet hij zich als student al fotograferen in Antwerpen. Dit portret is een van de eerste die van een Knesselarenaar zijn genomen.Tot het tegendeel bewezen is, gaan we ervan uit dat de eerste fotograaf in Knesselare dokter August De Jaeger was. Fotografie was geen evidentie in die tijd. August liet een speciale lens voor zijn apparaat halen vanuit Londen en gaf een andere aan Alfons Hooft senior, timmerman-winkelier, die hij – met succes – aanraadde om ook met fotografie te beginnen.

Oudste foto van de fanfare genomen in zijn tuin (Veldstraat). Stichter August De Jaeger op eerste rij, vijfde van rechts. Bemerk de Mariagrot.

Wat De Jaeger zelf allemaal fotografeerde, is niet zo duidelijk. Behalve familiefoto’s (zie kleine selectie verderop), is alvast heel weinig bewaard dat met zekerheid door hem zou zijn gefotografeerd.

Van belangrijke evenementen waar hij ongetwijfeld getuige van was (de afbraak van de oude kerk, de instorting van een eerste nieuwe kerk, de bouw van de huidige kerk, de bouw van scholen of een nieuw gemeentehuis…) zijn er voor zover we weten overigens geen foto’s bewaard. De meeste foto’s van voor en rond 1900 – en van voor Alfons Hooft hier begon te fotograferen – zijn vermoedelijk gemaakt door rondtrekkende fotografen.

Van Ghislain De Jaeger vernemen we nog dat zijn “bonpapa” August De Jaeger ook een fijne schrijnwerker was, die zelf een deel van zijn meubels maakte, en een goede schilder en  beeldhouwer was, al beperkte hij zich vooral tot het kopiëren van andere werken…

 

 

Op foto’s genomen in zijn woning in de Veldstraat (zie hiernaast) is duidelijk te zien dat de man belangstelling had voor het artistieke (beelden, mooi houtwerk…). Hij was ook actief in het verenigingsleven, en werd onder meer medestichter en de eerste voorzitter van de muziekvereniging Willen is Kunnen (°1888).

Dramatische dood

Het levenseinde van dokter August De Jaeger was een drama. Hij had tongkanker, werd hiervoor zelfs geopereerd in Parijs. Zijn tong werd geamputeerd, zodat hij geen speeksel kon inhouden. Volgens zijn kleinzoon was dat een gevolg van een besmetting opgelopen via een zelf gemaakte tandprothese.

Zijn laatste weken kon hij nauwelijks of niet meer eten, drinken en praten. Zijn mond was helemaal omzwachteld. Elk dag nog trok hij met zijn vrouw naar de Grote Kapel om er voor genezing te bidden.

Hij leed vooral ook onder het feit dat zijn zoon-dokter Joseph contact met hem vermeed. Joseph had smetvrees en wou ook geen priesters verzorgen omdat die met hun lange en slepende priesterkledij straatmicroben in zijn kabinet zouden binnenhalen.

Na een erg lange ziekte stierf August De Jaeger in 1909, 63 jaar oud. Zijn woning in de Veldstraat werd verkocht in 1932.

In 1909 wordt de overleden dokter opgevolgd door Vital Maeyens, advocaat en notaris en raadslid sinds 1899. Hij is de medestichter en eerste voorzitter van de Katholieke Vlaamse Strijdbroeders. Maar daarover later meer.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De komende dagen volgt nog een artikel over de verwezenlijkingen van De Jaeger als burgemeester, en een mooie prentenbak van de stoet die Knesselare organiseerde toen hij hier burgemeester werd…