Hij brak de Blakte af… en gaf Knesselare tram en telefoon, kerkhof en riolen

Een burgemeester was honderd jaar geleden nog zo’n beetje een held. Een prentenbakje over het grote feest voor burgemeester August De Jaeger in…1897. Meteen de oudste fotoreportage over Knesselare. Waar was de gemeentepolitiek toen zoal mee bezig? Lees mee in de lijkrede voor hem uitgesproken in 1909.

In onze reeks over de Knesselaarse burgemeesters hadden we het onlangs over dokter August De Jaeger, schepen geworden in 1888, en als kopman van de katholieke partij burgemeester van 1897 tot 1909. Voor dat laatste werd gefeest op maandag 16 augustus 1897. Verderop vindt u de foto’s van een zeldzaam fotokader, bewaard op het gemeentehuis.

Zijn vader Charles of Karel De Jaeger (°1811 in Knesselare) was koopman, grondeigenaar, broodbakker, winkelier en landbouwer. Zijn vrouw was Marie-Thérèse Van Overbeke (°1819, Ruiselede), “belle et jouissant d’une fortune assez grande”… Over haar is genoteerd dat ze “des avonds, onopvallend, samen met een dienstmeid en een pak broden onder hun mantels brood gingen bezorgen aan de behoeftige gezinnen”. Over haar is ook genoteerd dat ze haar zoon August, de burgemeester over wie we het hier hebben regelmatig de les spelde dat hij “zijne kinderen te ruwhartig opvoedde”…

Ook August zelf was een geëngageerde dokter. Tijdens de grote pokkenepidemie, de laatste grote epidemie die ook Knesselare trof, entte hij op twee maanden tijd meer dan duizend parochianen in.

 

 

Hiernaast de foto van de Knesselaarse gemeenteraad onder August De Jaeger (midden). Van links naar rechts: landbouwer Henri Cornelis, August Vermeire, bakker Achiel Rodts, Jules Arnaut (secretaris), mulder Romain Maeyens, dokter De Jaeger, en de landbouwers Petrus Van den Kerckhove, Fred Van Nieuwerburgh, Hippoliet Van Driessche, Petrus De Vlieger en Charles Goethals.

De Jaeger blijft met zijn katholieke partij makkelijk de baas in de daaropvolgende verkiezingen. Nieuwkomers in de gemeenteraad zijn herbergier Angelus De Baets, in 1899 Theofiel Maenhout, Kamiel Van Driessche, Henri Maenhout, Vital Maeyens en Henri Matthys en in 1903 Theofiel De Vos.

De Jaeger bleef veruit de sterkste figuur in het gemeentebestuur tot zijn dood in 1909. Hij wordt opgevolgd door Vital Maeyens, advocaat en notaris en raadslid sinds 1899. Hij is de medestichter en eerste voorzitter van de Katholieke Vlaamse Strijdbroeders. Maar daarover later meer.

Wat De Jaeger als burgemeester (mee) realiseerde, vernemen we nog het best in de lijkrede die uitgesproken werd op het kerkhof in 1909. Over de doden niets dan goeds, maar het document (bewaard in familiearchief De Jaeger, hier geknipt uit de familiekroniek ‘De Jaeger’) geeft een mooi beeld van wat toen de gemeentepolitiek bepaalde:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De prentenbak hieronder geeft een mooi beeld van de tijd rond 1900. Een ponton over de vaart moest de bruid in Knesselare brengen. De burgers maakten tijd vrij voor een voor die tijd mooie stoet, die werd gevormd aan de vaart, waarover het bruidspaar naar het centrum kwam via “eene vliegende brug opzettelijk voor deze betooging gemaakt”. Dit bij gebrek aan beter. In de stoet was er aandacht voor historische en maatschappelijke zaken uit die tijd: voor de Heer Jan van Knesselare die met een groep ging meevechten in de Guldensporenslag, voor de kruisvaarder Josserim Van Knesselare, voor de Witte Kaproenen die slag leverden aan de vaart, voor de Maatschappij der balpijpschutters en de duivenmelkers, voor de massa volk en hun sierlijke karren op De Plaats…

De foto van het dorpsplein in 1897 is wellicht het oudste beeld van een stoet op De Plaats. De kranten van die tijd schreven: “t Was een heerlijk schouwspel op dat oogenblik het groote dorpsplein vervuld te zien met paarden, rijtuigen, wielrijders en voetgangers… Ook de armen werden niet vergeten: ’s Morgens na de mis (een nieuw en goed gedacht), werd hen eene ruime brooddeeling gedaan”…

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.