De oudste sporen van moederliefde

 

Zondag, Moederdag. Hoe ver lopen de sporen van dit gebeuren in ons archief? De oudste foto van een Moederdag in Knesselare in ons archief dateert het midden van de vorige eeuw. De oudste geschriften hierover werden hier rond 1850 genoteerd.

Over Juliana Van der Moere, de moeder van de Knesselaarse dichter, schrijver en journalist August Victor Bultynck (1844-1917) is ons niet zo veel bekend. Wel het boekje dat ze in 1836 schreef met vertalingen van Franse teksten. Geboren in de Hollandse Tijd (1818) was ze toen dus 18 jaar. Haar verzorgd handschrift verraadt dat ze heel wat meer school liep dan toen gebruikelijk was.

Alhoewel ze in de registers van de Burgerlijke stand vermeld wordt als winkelierster, besteedde ze – gehuwd met de Knesselaarse bakker en schepen Petrus Bultynck – ongetwijfeld een groot deel van haar leven aan de kweek van haar dertien kinderen. Toen ze een laatste keer zwanger werd, was ze reeds 46 jaar oud. In familiekringen werd ze dan ook het zorgzaam moederke van de grote bende genoemd. Ze overleed te Knesselare op 11 april 1906.

Laat dit kort biografietje de inleiding zijn tot één van de oudste Knesselaarse bronnen over moederliefde. August Bultynck, zijn standbeeld staat in het Hemelrijkpark, had een grote verering voor zijn moeder. Veel van zijn gedichten zijn aan de moederfiguur gewijd.

In zijn twee gedrukte dichtbundels Stemmen Des Gevoels en Liederen en andere gedichten vinden we: ‘Aan moeder’, ‘Moeder, hoe ik U beminne’, ‘De Moeder’, Moederliefde’ en ‘De Stiefmoeder’.

Vanzelfsprekend lees je zo’n teksten best met wat empathie voor de tijd van toen, de jaren 1860. De gedichten/liederen zijn vooral romantische mijmeringen op rijm, in dit geval over de moederliefde. Maar ook dat moet eens kunnen. De boodschap is duidelijk.

De roots

Hoe lang vieren we al Moederdag? Wanneer is dat ontstaan? En waar? Over de historiek van Moederdag vindt u een artikeltje op de site Erfgoed Aalter. U lees het hier HIER

Het oudste tijdsdocument waarover we beschikken is onderstaande foto van een bijeenkomst in onze patronage (feestzaal) in de Kloosterstraat (zie hierboven). Vermoedelijk dateert de foto uit de jaren 1950. Onder meer de Bond van de Grote Gezinnen organiseerde hier al een paar tientallen jaren eerder Gezinsfeesten, maar tegelijk ook Moederfeesten, waar onder meer ook moeders van echt grote gezinnen (tien kinderen) werden gevierd.

De Gezinsbond vierde de moeders van tien kinderen als heldinnen op het podium. Vijftien moeders, meer dan 150 kinderen. Op de foto rechtop staand: Celine Brinckman (Emiel Saey), Martha De Prest (Mattheeuws), Alice Huyvaert (Arthur De Clercq), Jeannette Lippens (Cyriel Andries), Paula Heyse (Edmond De Loof), Marie Van Mulle (Florimond Cockuyt), Marcella De Coster (Denis Bouché) en Anna Gussé (Jules De Muynck). Zittend: Alice Boute (Raymond Stock), Emma De Serrano (Henri Vermeire), Leontine Rodts (Odiel De Vlieger en Claeys), Marie De Wispelaere (Alfons Hooft), Irma Vermeire (Henri Andries), Leonie Veevaete (Herman Van de Casteele), Celine Nuyt (Jozef Van Hooreweghe) (Foto Hooft, 1950)

Hieronder voor de liefhebbers enkele fragmenten uit de gedichten/liederen van Gust Bultynck.

AAN MOEDER

In ‘Aan moeder’ bezingt August Bultynck de pracht van de natuur in heel wat strofen, waarvan we ons beperken tot de eerste, om op het einde over te gaan in den dankdicht aan zijn moeder

‘k Min den helderblauwen hemel,
Moeder, in den morgenstond,
Als de Dagster prachtig rijzend
D’aarde kleurt in lieflijk bont
 
(etc…)
 
‘k Min de gansche schepping, Moeder,
En ‘k aanschouw haar onvermoeid,
Maar een grenzeloozer liefde
Houdt mij aan uw hart geboeid!
 
Kan ik immer u vergelden
Wat ge voor uw liefling deed,
Gij, die steeds met angst en kommer
Voor zijn hel en welzijn streedt?
 
Als mijn eerste kindertranen
Vloeiden over uwen schoot,
Wat ’t dan niet uw zoete stem
Die mij troost en liefde bood?
 
Ja, die stem, die elken avond
Zachtjes bij mijn wiegje klonk
En mij zoete droomen gunde,
Eer de zon naar onder zonk
 
En dat oog, dat mij bewaakte,
Dat mij spelend, hier en daar
Altijd zorgvol achtervolgde,
En behoedde voor gevaar
 
 
Ja, verbazend is de grootheid
Van de moedermin, die blind
’t leven zou ten offer brengen
Voor het welzijn van het kind.
 
Dat gevoel ik, en ik danke
God, die mij zo’n Moeder gaf;
Vurig wil ik haar beminnen
Tot aan d’overzij van ’t graf
 
Eeuwig, ja, geliefde Moeder,
’t zij in vreugd, of ’t zij in smart,
Vindt uw harte wederliefde
In mijn dankbaar kinderhart
 
MOEDERLIEFDE

 

In dit gedicht/lied zet Bultynck alle registers van het melodrama open. Bij Moederdag hoort ook soms een traan …

Ziet eens, hoe treurig en moedloos zij daar
Op ’t wiegje haars kind zit te staren,
En biddend de handen ten hemel verheft,
Als zuchtte ze: ‘God, wil hem sparen!’
 
Daar wischt zij een traan, die haar oogen ontsprong;
Nog blikt zij op ’t wiegje zoo teeder,
Daar ligt hij, haar engel, haar echtkroon, haar scht,
In pijnelijk lijden ter neder.
 
Hoe meenige slaaplooze en angstvolle nacht
En bracht ze niet over met weenen;
Dan look zij haar oogen geen enkelen stond,
En traag vlogen de uren dan henen.
 
Weer smeekt ze nu klagend en zuchtend den Heer:
‘O, red hem! O, houd hem in ’t leven!
O, geef mij mijn zoontje, mijn liefde terug,
Of laat ons tezamen hier sneven.’
 
Dan smolt zij in tranen… Haar bee werd verhoord,
Schoon de afgrond des grafsch scheen te gapen!
En koortsen en pijnen verlieten het kind;
’t Viel zachtjes en rustig aan ’t slapen.
 
Het wichtje hief ’t hoofdje, ontwakend, omhoog;
Zij schoof het gordijntj, verlegen:
O Hemel! Het lieve gezichtje komt zacht
En hemelzoet lachend haar tegen!
 
Wat heil! Haar geliefde, den dood schier ter prooi
Schijnt weer hare borst te verlangen!
O moeder, wie schetst u, uw kind aan het hart,
Den zaligen bloos op de wangen?

DE MOEDER (de weduwe)

Hiervan is via overlevering de melodie bewaard. Gerard Van de Casteele kende het lied via zijn moeder Leonie Veevaete en noteerde de melodielijn. We beperken ons tot de eerste twee strofen: