Wat is in Knesselare “waardevol” erfgoed? En hoe lang nog?

Hoe kan Knesselare dorp er maar beter uitzien? Wat is waardevol? Hoe leggen we dat vast? Wat moeten we beschermen? Wie beslist? Moeilijke vragen want het gaat om een subjectief gegeven. Wat heeft het Knesselaarse dorpscentrum in de etalage liggen? Hierover waakt het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed. We tonen u wat dat Instituut nog rest, aan de hand van recente foto’s van Paul Verhoestraete…Het nu voorliggende Ruimtelijk Uitvoeringsplan Centrum (RUP Centrum) ligt ter inzage op het gemeentehuis. We leerden er al dat er in het centrum van Knesselare 584 woongelegenheden zijn, waarvan de helft al appartementen (294) zijn naast de andere helft grondgebonden woningen (290). Voor nogal wat mensen verstoort dit het straatbeeld en het dorpsweefsel (lees meer hierover in een hier eerder verschenen artikel).

Een RUP Centrum informeert ons nog over meer. Bijvoorbeeld over wat het gemeentebestuur de moeite waard vindt om te beschermen. Daarvoor zat ze rond de tafel met administratie, overheidsinstanties en de technische specialisten van Veneco. Voor alle duidelijkheid: we hebben het hier alleen over het centrum van de gemeente, niet over wat daarbuiten ligt. De rest is voor een andere keer…

Het gaat dus over:

a) enerzijds de effectief “beschermde monumenten” in ons dorpscentrum (het zijn er maar drie: de kerk, de pastorie, en het Witte Huys (Veldstraat 18 zie foto’s hieronder: voor en achter…).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

b) anderzijds “historisch waardevolle gebouwen” zoals die zijn opgenomen in de door specialisten voor heel Vlaanderen opgestelde Inventaris Onroerend Erfgoed. De lijst waardevolle gebouwen kan uitgebreid worden via de ‘intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst’ (IOED), die vanaf 2018 wordt uitgebouwd. Onderhouds-, instandhoudings – en verbouwingswerken, uitbreiding…  zijn toegelaten, mits een vergunning. Ook nieuwbouw is mogelijk onder  voorwaarden zoals behouden van schaal en vorm, verwijzing naar historisch karakter van het gebouw, etc…

We focussen hieronder op wat vroeger al is vastgelegd voor Knesselare onder de noemer “historisch waardevolle gebouwen” en geven integraal de tekst die in de Inventaris is vermeld. Hier en daar een “architectonische term” inbegrepen…  Veel is het niet. De jongste jaren verdween bovendien een en ander uit beeld. Hieronder wat er nog rest:

Kloosterstraat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kloosterstraat 5 – Herberg De Sportkring (Jona) :  winkel voor Eerste Wereldoorlog): Voormalig winkelhuis. Bakstenen dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder mansardedak (leien) met centraal getrapt dakvenster en oeils-de-boeuf (oculus, rond of meerhoekig venster, op de foto niet in beeld), van 1909 (zie gevelsteen in dakvenster). Getoogde vensters met geblokte ontlastingsbogen en witte bakstenen banden; sierankers. Oorspronkelijk mooie houten winkelpui in linker travee, thans vernieuwd. Aflijnende houten kroonlijst op klosjes.

In de Veneco-nota ‘RUP Centrum’ wordt gesuggereerd ook Kloosterstraat 7 (Huize Vanthuyne, Muzieklokaal fanfare WIK) mee op te nemen, wegens de visuele eenheid tussen beide gevels.

 

 

De Plaats

De Plaats 1 : Woon- en winkelhuis “Cogétama” – oorspronkelijk gebouwd door Van de Casteele-Veevaete, directeur van de sigarenfabriek “Cogétama” in de Kerkstraat, circa 1935. Dubbelhuis in nieuwe zakelijkheid, naar ontwerp van architect M. Fetu (Gent) en aannemer E. Veevaete (zie plintstenen). Baksteenbouw op plint links en winkelpui rechts van geglazuurde tegels, met twee bouwlagen en pseudo-mansardedak (leien) gemarkeerd door een centraal, hoger opgetrokken trappenhuis (oorspronkelijk met glas-in-loodramen, vernietigd in 1940), horizontaal geleed door een betonnen puilijst, brede ramen en overstekende daklijst. Centrale rechthoekige deur. Rechts winkelpui met reclameborden in email van Cogétama (gedateerd 1954) links en Néron onderaan. Oorspronkelijke winkelinrichting met wandrekken en vitrinekast met gezandstraalde namen “H. Van de Casteele-Veevaete”.

Ook hier wordt in de Veneco-nota gesuggereerd het hoekhuis (de Nobis) mee op te nemen als “waardevol” omdat het sterk aansluit bij het voormalige winkelhuis Cogétama.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Plaats 15 De Litanie : Café van voor de Eerste Wereldoorlog – Zogenaamd “Café Gemeentehuis”, gebouwd in 1901 op de plaats van de oude herberg “St.-Hubertus” van 1755 waar sinds 1795 een kamer gehuurd werd als gemeentehuis, later zogenaamd “Huis van Commune”. Bakstenen gebouw op breukstenen plint, vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen, nok parallel aan de straat), oorspronkelijk met links aansluitende overbouwde poort met trapgevel, gesloopt in 1969 voor het nieuwe gemeentehuis. Vertikaal geritmeerde gevel met getoogde vensternissen en dito vensters en deur links met bekronend ijzeren balkon. Aflijnende muizetand.

Kerkstraat

In de Inventaris stonden een paar gebouwen in het eerste deel van de Kerkstraat omschreven, maar die zijn ondertussen “gesloopt” en vervangen door… appartementen.

 

 

 

 

 

 

 

Veldstraat links (komende van het centrum)

Veldstraat 9: burgerhuis uit het vierde kwart van de 19de eeuw. Burgerhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), van circa 1900. Bakstenen dubbelhuis op arduinen plint, verrijkt met bepleisterde banden en zware waterlijsten en sluitstukken boven de getoogde vensters. Doorgetrokken arduinen kordons. Centrale deur met bekronend balkon op zware voluutconsoles en dakvenster met voluutstukken en driehoekig fronton met siervaasbekroning. Aflijnende kroon- en tandlijst op klossen.

Veldstraat 17 en 19 : twee dorpswoningen uit de 19de eeuw – Behouden lage dorpshuisjes van drie en twee traveeën en één bouwlaag onder geknikt en gewoon zadeldak (pannen), uit de 19de eeuw. Gecementeerde en grijsgeschilderde voorgevel met rechthoekige vensters met persiennes (rechts, bewaard houtwerk) en rechthoekige deuren met bovenlicht.

Veldstraat 23 (La Mouche) Burgerhuis, vierde kwart 19de eeuw – Burgerhuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen), uit eind 19de eeuw. Bakstenen dubbelhuis met rechthoekige vensters (grotendeels nieuw houtwerk) op arduinen dorpels onder bakstenen waterlijst. Rechthoekige deur in geriemde arduinen omlijsting op neuten, met oren en sluitsteen. Aflijnende houten kroon- en tandlijst.

Veldstraat 31 (Drie Linden) : herberg 18de eeuw – Voormalige herberg zogenaamd “De Drie Linden” met drie leilinden ervoor, voorheen met bolbaan en links ervan de zogenaamde “Lindenkapel”. Schuin ingeplant gebouw van zeven traveeën (thans twee woningen) met verankerde gewitte gevels onder zadeldak (pannen), tussen aandaken met vlechtingen, opklimmend tot de 18de eeuw. Rechthoekige vensters met kleine roedeverdeling (bewaard houtwerk) en groene persiennes. Rechthoekige deuren in derde en zesde travee, linker in vlakke bakstenen omlijsting met neuten en afgeronde hoeken; rechter deur vroeger venster, met bewaarde duimen. Aflijnende geprofileerde daklijst en houten kroon- en tandlijst. Achtergevel met gepikte plint en aflijnende bepleisterde hollijst. Nieuwe uitgebouwde keuken

Veldstraat rechts (komende van het centrum)

Veldstraat 6: winkel-woonhuis gedateerd 1903 – Voormalig winkel-woonhuis in neo-Vlaamse-renaissance getinte baksteenarchitectuur, daterend van 1903 (zie gevelsteen). Dubbelhuis van vier traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen) met rechts topgevel. Rechthoekige vensters onder arduinen latei en decoratieve ontlastingsboog. Horizontaliserende arduinen kordons en speklagen. Rechter zijrisaliet met winkelraam onder I-latei en bovenvensters in korfboogvormig spaarveld; jaarsteentje in het boogveld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Veldstraat 8 en 10: winkel-woonhuis vierde kwart 19de eeuw – Woon- en winkelhuis met symmetrisch uitgewerkte bakstenen gevels van elk drie traveeën en twee bouwlagen en centraal afgelijnde travee met poortje, onder doorlopend zadeldak (pannen), van circa 1900. Aflijnende bakstenen pilasters en horizontale baksteenfriezen als pui- en daklijst. Oorspronkelijk getoogde muuropeningen behouden op bovenverdieping en nummer 8 (deur en linker travee) met hoekblokken en arduinen dorpels; rechter venster en pui van nummer 10 verbouwd. Blinde travee met oculus boven poortje.

Hellestraat

Nog een mooie illustratie van de vergankelijkheid van erfgoed. Ook dit huisje in de Hellestraat 4 werd in de Inventaris opgenomen als “grijsgeschilderd dorpshuisje”. Ondertussen staan ook daar appartementen (zie verder).

Hellestraat 15-17: Dorpswoning, pastorie, vierde kwart 19de eeuw – Neogotisch getint huizenblok (onder meer onderpastorie) van circa 1900, gebouwd met overblijvende stenen van de kerk; vier en drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (pannen, nokken parallel aan en loodrecht op de straat). Verankerde baksteenbouw op plint van arduinplaten, verticaal geleed door getoogde vensternissen, nummer 17 in Brugse travee met driepas in rechter risaliet met trapgevelbekroning. Getoogde deuren en vensters (deels behouden houtwerk).

Nawoord

Gesprekken over ‘beschermen’ of ‘inventariseren’ van onroerend goed kunnen leiden tot pittige discussies. Wat wel beschermen, en wat niet? Hoe ver gaan we in de overtuiging dat oude gevels moeten worden gered, ook als ze niet meer zijn dan een façade voor een krot? Of omgekeerd, hoe ver gaan in het schrappen van alle criteria om bouwlustigen “hun ding” te laten doen? Zijn we tevreden over de regelgeving van de overheid zoals die er nu is, of niet? En idem over de diensten die de regels controleren, en sanctioneren? Leggen we beslissingen beter op het dichtstbijzijnde niveau of bij een verre administratie? Enzomeer…

Dat alles is geen zwart-witverhaal. De Vlaamse overheid heeft op 28 november 2014 een “geactualiseerde lijst” van de inventaris van het bouwkundig erfgoed vastgesteld. Toch valt het op dat de Vlaamse overheid omzichtig omspringt met die materie. De opname van een pand of een constructie in de vastgestelde inventaris van het Bouwkundig Erfgoed heeft op Vlaams beleidsniveau weinig of geen juridische gevolgen. Ondergeschikte overheden of administraties “mogen” hun adviezen in verband met het verlenen van vergunningen (slopen, verbouwen, aanpassen, bouwen…) mee “baseren op de inventaris om het bouwkundig erfgoed via een aantal specifieke maatregelen”.

Het zijn dus de lokale besturen die finaal beslissen. Het is de bedoeling dat vanaf 2018 een nog samen te stellen ‘Intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst’ (IOED) hier op zijn minst mee de lijnen uitzet... Het werkingsgebied van de IOED Meetjesland, einde maart door Vlaams minister-president Geert Bourgeois erkend, omvat naast Knesselare de gemeenten Aalter, Eeklo, Evergem, Lovendegem, Maldegem, Nevele, Sint-Laureins, Waarschoot, Wachtebeke en Zomergem.

Het RUP Centrum is een poging om via de daarin opgenomen voorschriften “ervoor te zorgen dat wat is vastgelegd als waardevol ook goed beheerd wordt”. Maar in het document erg concrete afspraken vinden is geen gemakkelijke opgave...