Het korte fotopad van Edgard (prentenbak)

In het kort rijtje van de fotografen die in Knesselare actief waren, was Edgard Van de Casteele niet onverdienstelijk. Met zijn vele foto’s van scholen, Knesselaarse figuren en landschappen legde hij een brok Knesselaarse geschiedenis vast. Voor een prentenbak op deze blog maakte Paul Verhoestraete onderstaande selectie uit zijn werk.

Vooraf dit: burgemeester August De Jaegher was einde de jaren 1800 de eerste inwoner van Knesselare die over een fototoestel beschikte. Hij moedigde Alfons Hooft (sr.) aan om hier met fotografie te beginnen. Helaas zijn maar enkele van foto’s van De Jaegher bewaard. Dat geldt ook voor een paar andere fotografen die in de eerste helft van de vorige eeuw in onze gemeente actief waren. Zelfs van de familie Hooft ging het oude archief grotendeels verloren.

Omstreeks het midden van de vorige eeuw was Edgard Van de Casteele een niet onverdienstelijke en geschoolde amateur-fotograaf. Edgard (°1922) studeerde in Oostakker voor onderwijzer. Vermoedelijk kwam hij hier in contact met de fotografie via de familie Hooft – beide families woonden onder de kerktoren – en via de familie Vanderhaeghen (Cogétama). Zowel vader Franz als zoon Pierre Vanderhaeghen, de bazen van de fabriek waar Edgards vader Herman directeur was, liepen regelmatig in Knesselare rond met een fototoestel, soms ook met een filmcamera. Edgards oudere zus Martha beschikte al eerder over een fototoestel.

Edgard wou meer. Hij fotografeerde familieleden, sporadisch ook stoeten, processies, landschappen, stillevens. Hij nam ook op verschillende tijdstippen foto’s vanuit de kerktoren, waaronder hij woonde. Als onderwijzer trok hij regelmatig met zijn klas op stap (natuurwandelingen, de eerste schoolreizen). Van die schoolfoto’s uit de jaren 1940 en begin jaren 1950 zijn er nogal wat bewaard.

Hij kocht zich degelijke apparatuur (Leika), richtte thuis een donkere kamer in om zelf foto’s te ontwikkelen, had een studio en volgde fotografiecursussen in de fotoclub in Brugge, waarmee hij regelmatig op stap ging, ook in het buitenland. Nu en dan nam hij ook deel aan tentoonstellingen van de kunstkring. Thema’s waren dan natuurfoto’s, portretten, macro-opnames enz….

Opmerkelijk is wel dat hij maar een korte periode “productief” was:  in de jaren 1940 en 1950.  Zijn beste beelden zijn wellicht de  portretfoto’s die hij nam van familieleden, vrienden, en volkse Knesselaarse figuren. Omstreeks 1960 is zijn belangstelling voor de fotografie plots verdwenen.

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.